NRP 
GULDEN 
FENIKS 
2020

De NRP Gulden Feniks brengt de meest excellente voorbeelden van renovatie- en transformatie-projecten voor het voetlicht om succesfactoren en leerpunten van deze projecten over te dragen. De prijs heeft dan ook als motto ‘een prijs om van te leren’. Daarmee is NRP Gulden Feniks dé prijs ter bevordering van en inspiratie voor duurzaam gebruik van de bestaande omgeving.

JURYRAPPORT

Juryrapport
2020

‘Vlam in mij, laai weer op’ is de openingszin van het gedicht ‘Phoenix’ van dichter H. Marsman. Hij zinspeelt hier op het vermogen van de feniks om op wonderbaarlijke wijze uit de as van zijn eigen teloorgang te herrijzen. In zijn plaats verrijst een nieuwe jonge feniks, die daarbij hét symbool is van transformatie en vernieuwing van het oude. De NRP Gulden Feniks verwijst naar deze mythe en is daarmee dé prijs voor de meest excellente voorbeelden van renovatie- en transformatieprojecten. NRP Gulden Feniks brengt deze voorbeelden voor het voetlicht om interessante succesfactoren en leerpunten over te dragen. De prijs heeft dan ook als motto ‘een prijs om van te leren’.

BIJZONDERE EDITIE

De NRP Gulden Feniks 2020 was een bijzondere editie: de laatste voordat COVID-19 Nederland bereikte. De inzendingen waren voor de uitbraak van het virus ingezonden. Hierdoor moesten de voorselectie, de projectbezoeken en de eindbeoordeling van de inzendingen worden opgeschort tot het najaar. De jury, vanaf dit jaar versterkt met Dirk Baalman, is verheugd dat de NRP Gulden Feniks 2020 alsnog een volwaardige ronde van de prijs is geworden. Zij is de inzenders erkentelijk voor hun geduld en voor hun flexibele medewerking bij de projectbezoeken, die net voor de ‘tweede golf’ toch allemaal konden worden afgelegd zoals gebruikelijk. Wel heeft zij daarbij gebouwen bezocht waar nauwelijks mensen aanwezig waren. Dat heeft haar getroffen als bevreemdend; veel van de bezochte gebouwen en gebieden hebben immers de ambitie om juist meer en nieuwe mensen aan te trekken. De jury heeft zich in algemene zin afgevraagd of iedereen onwillekeurig anders naar de gebouwde omgeving kijkt dan voor de corona pandemie. 

De inzendingen zijn aan de hand van de categorieën renovatie, transformatie en gebiedstransformatie ingediend en beoordeeld. Deze categorieën waren in 2019 in de plaats gekomen van de oorspronkelijke indeling in de drie schaalniveaus small (gebouw), medium (complex van gebouwen) en large (gebiedstransformatie) omdat renovatie, restauratie en transformatie in de praktijk door elkaar lopen in de projecten. Zij vermoedde dat het inzenden op basis van schaalniveaus meer ruimte aan de inzenders zou bieden. Echter de nieuwe categorieën brachten niet in alle opzichten wat de jury ervan verwachtte. Zo ontstond onduidelijkheid bij de inzenders over het inzenden van bijvoorbeeld zeer grote gebouwen in de categorie small. 

Hoewel dit in 2019 in alle gevallen goed is opgelost, heeft de jury besloten om dit jaar terug te keren naar de ‘oude’ categorieën, waarvan de benamingen de inhoudelijke aspecten van de prijs benadrukken. Het reglement voorziet in de mogelijkheid voor inzenders om hun voorkeur aan te geven voor de categorie waarin zij de inzending beoordeeld willen zien; de jury kan daarvan afwijken. De indeling in categorieën blijft soms moeilijk voor alle betrokkenen en blijft ook de jury achtervolgen, maar maakt de discussie erg interessant.

Dat de NRP Gulden Feniks een integrale prijs is, komt tot uitdrukking in de criteria waarmee de ingezonden projecten worden beoordeeld. De jury heeft gezocht naar projecten die vele dimensies in zich verenigen. Die onderscheiden zich in zowel technische verduurzaming, intelligente omgang met monumenten, bestendig gebruik en slimme financiering, als in versterking van de leefbaarheid van een gebied. Daarbij is ook aandacht voor opdrachtgeverschap, organisatie, proces en communicatie. Het gaat bij deze prijs om innovatieve, vindingrijke oplossingen waaruit ‘sublimatie’ spreekt: versterking van - mogelijk verborgen - kwaliteiten van bestaande gebouwen en gebieden die een culturele, architectonische voorbeeldwaarde voor toekomstige opgaven kunnen hebben. 

Al met al kijkt de jury terug op een bijzondere editie van de NRP Gulden Feniks 2020, waarbij zij tot een weloverwogen keuze uit de ingediende projecten is gekomen.

DE OOGST
Voor de NRP Gulden Feniks 2020 werden 70 projecten ingediend en beoordeeld. Er werden 26 projecten ingediend in de categorie renovatie, 34 in de categorie transformatie en 10 in de categorie gebiedstransformatie.

27% van de projecten was oorspronkelijk een kantoor- of bestuursgebouw (in 2019: 25%). 23% had aanvankelijk een industriële of andere bedrijfsfunctie (17%), 9% betrof woongebouwen (36%), 7% was gebouwd voor onderwijs en onderzoek (16%). Het aandeel gebouwen met een oorspronkelijk religieuze functie (6%) was dit jaar gelijk aan vorig jaar. Er waren geen getransformeerde militaire gebouwen bij (in 2019 15%); wel vijf agrarische gebouwen (vorig jaar 0).

De helft (35) van de 70 ingediende projecten is te vinden op de waarderingskaarten beschermd stadsgezicht. Daarvan kregen er 34 een Orde 1 waardering: 17 Rijksmonumenten, 6 gedeeltelijke Rijksmonumenten, 7 gemeentelijke monumenten en 4 beschermd stadsgezicht. Eén project heeft een Orde 2 waardering (in de Amsterdamse waarderingssystematiek), en is daarmee waardevol voor het stadsgezicht. 

Het ‘open’ format voor het doen van een inzending is ook dit jaar goed bevallen en leverde meer specifieke informatie over de projecten op. Eerder was gebleken dat het voor de inzenders niet altijd mogelijk is om, al naar gelang het opdrachtgeverschap, helder inzicht te bieden in financiële gegevens. Daarom is de eis hiertoe in 2020 vervangen door het verzoek, inzicht te bieden in het bouwbudget. Wanneer deze informatie niet kon worden verschaft, heeft de jury een inschatting gemaakt of het project economisch verantwoord is.

Bij veel inzendingen intrigeerde soms vooral de tekst, soms juist het beeld; van een evenwichtige vertaling van tekst naar beeld en vice versa was niet in alle inzendingen sprake. De jury heeft ook nu weer ervaren dat het projectbezoek - vanaf dit jaar in een prettig geconcentreerd gesprek met alleen de belangrijkste betrokkenen - onontbeerlijk is om te ontdekken waar vernieuwing is gevonden in de specifieke context van de locatie. Vaak zijn projecten in het kader van de doelstellingen van de NRP Gulden Feniks op heel andere punten waardevol dan de accenten die de inzenders vanuit het eigen perspectief in hun inzending hebben gelegd.

In algemene zin vindt de jury dat het merendeel van de projecten ruim boven het
gemiddelde is. Zij constateert dat we in Nederland goed op weg zijn om opzorgvuldige
wijze restauratie en renovatie te organiseren. Het niveau is in de loop der jaren sterk verbeterd, waardoor het lastiger is geworden om boven het maaiveld uit te steken. 

Daar waar in de eerste jaren na de economische crisis veel sprake was van vernieuwing, lijkt nu minder te worden geïnvesteerd in experiment. De jury noemt veel projecten modieus, wat zij vooral wijt aan de economische context. Met name in de Randstad is de markt te goed en wordt steeds vaker gegaan voor maximering van de opbrengst. Daarbuiten is het veel lastiger om projecten gefinancierd te krijgen, maar als dat lukt is dat een grote prestatie.  Letterlijke innovatie in de zin van ‘iets nieuws’ wordt beperkt aangetroffen; veelal gaat het toch om vakmanschap. 

Dat projecten de shortlist niet hebben gehaald, wil zeker niet zeggen dat deze geen bijzondere aspecten bevatten. In meerdere gevallen heeft de jury grote waardering voor persoonlijke en soms jarenlange inzet van betrokkenen, zonder wie de projecten niet tot een goed einde konden worden gebracht.
Tenslotte spreekt de jury over de invloed van de tijd. Daarmee doelt zij niet zozeer op een veranderend perspectief in de context van COVID-19, maar op gebouwen uit een periode waarvoor de waardering in de loop der jaren is afgenomen. Soms zijn er gebouwen gesloopt die vanuit actuele visies op hergebruik nu juist interessant hadden kunnen zijn. Dat ontlokt aan een van de juryleden de vraag hoe lang de Feniks moet vliegen voordat hij valt en weer kan opstaan.

MAATSCHAPPELIJKE IMPACT
In de vorige editie van de NRP Gulden Feniks richtte de jury de aandacht onder meer op ‘placemaking’: nieuwe, eigentijdse programma’s voor gemengde functies in de context van nieuwe visies op verstedelijking en veranderende opvattingen over publieke ruimte. Bij deze editie heeft de jury de discussie verdiept naar het bredere maatschappelijke belang van de projecten. Zij spreekt daarbij over een maatschappelijke kentering. Enkele jaren geleden ontstond aandacht voor en bewustzijn van het belang van duurzaamheid. Dit werd bij bouwprojecten gaandeweg vertaald in zogenoemde ‘streepjeslijsten’: scores waarmee de mate van duurzaamheid op een bijna juridische manier wordt aangetoond. Het behalen van de hoogst mogelijke scores garandeert echter niet dat er ook sprake is van een fijn gebouw. Zo roept het resultaat van een op zichzelf goede renovatie, waarbij alles klopt, niet vanzelfsprekend een bijzonder gevoel op.

Ontwerpers en vooruitstrevende beleggers - en onder druk van hen, ook projectontwikkelaars - namen het voortouw voor een nieuwe aanpak, waarbij de ‘lifecyle’ van een project belangrijker wordt dan financiële investeringen. Het gaat daarbij niet meer in de eerste plaats om de economische waarde, maar om de langjarige maatschappelijke impact van de ontwikkeling. De belangstelling voor ‘value by design’, waarbij ontwerp een middel is om te komen tot waardevolle resultaten voor alle betrokkenen en sociale verbondenheid, neemt sindsdien alleen maar toe. In deze context spreekt de jury over het belang van ‘sense of belonging’: het genereren van het gevoel voor mensen dat zij erbij horen. Dan gaat het om een nieuwe interpretatie van duurzaamheid: het bieden van een prettige en duurzame relatie van bewoners en gebruikers als kostbaar kapitaal van elke buurt. Hoewel ook in de wetenschap nog weinig bekend is over ‘urban engineering’, ziet de jury een belangrijke nieuwe invalshoek voor de NRP Gulden Feniks in maatschappelijke impact, in hetgeen transformatie teweegbrengt voor mensen in de omgeving.

In enkele inzendingen is vermeld dat het project heeft geresulteerd in een levendige omgeving. Echter een omschrijving van waaruit dit blijkt, blijft meestal achter; aandacht voor de vraag voor wie wordt gebouwd en of mensen tevreden zijn is beperkt. Daar tegenover staan inzendingen die zich onderscheiden door bewustzijn van het gevolg van hun ingrepen. Naar deze projecten gaat bijzondere belangstelling van de jury uit bij haar interpretatie van het criterium ‘sublimatie’.

RENOVATIE EN RESTAURATIE
De helft van de inzendingen betrof projecten met een beschermde status. Daarbij, zo constateert de jury, beoordeelt iedereen of de monumentale waarde behouden is gebleven: is het oude nog herkenbaar na vernieuwing? Dit uitgangspunt is in principe niet anders dan bij het restaureren van monumenten. In enkele projecten is de geschiedenis daarvan echter nauwelijks meer herkenbaar en is er geen sprake van een geslaagde renovatie, noch van een geslaagde restauratie. Als de toekomst van monumentale gebouwen ligt in slechts het hergebruiken van het casco - al dan niet met een uitbreiding en hoe vernuftig dan ook - op een manier waardoor de collectieve culturele herinnering niet meer beleefbaar is, is het verschil met nieuwbouw nihil.

De jury heeft prachtige voorbeelden gezien van restauratie en transformatie van monumenten en van de invloed die monumentenzorgers daarop hebben gehad.
Soms echter is er sprake van partijen die de monumentenwet als machtsmiddel gebruiken, vooral als opdrachtgever en/of ontwerper onvoldoende beslagen ten ijs komen. Waardestellingen of formele adviezen worden dan als voldongen feiten in het proces ingebracht. Heel anders zijn de verhoudingen bij partijen die een monument preciezer hebben gewaardeerd en een visie hebben ontwikkeld op wat ze ermee willen. De jury meent die verschillen duidelijk waar te nemen. Bij de een worden dan met visie en kennis de formele adviseurs in een bijrol gezet, bij de ander worden onder de noemer ‘restauratie’ veranderingen afgedwongen die niet alleen frustrerend zijn voor gebruikers, maar ook belemmerend voor innovatie.

TRANSFORMATIE
De jury ziet het onder meer als haar taak om met de NRP Gulden Feniks bij te dragen aan het genereren van beweging in relevante opgaven. De discussie over transformatie richt zich dit jaar vooral op de woningbouwopgave. Hoewel de transformatiehistorie vruchten afwerpt, zijn er helaas weinig inzendingen  ingediend die betrekking hebben op verbetering, verduurzaming en het eigentijds maken van duizenden (leegstaande) gebouwen, waaronder volkshuisvestingscomplexen. Bij de projecten die hierop wel betrekking hebben overweegt meestal een zakelijke en sobere aanpak. Daarbij ontstaat de indruk bij de jury dat deze precies binnen de financiële kaders van de corporaties en de woningwet passen. Bij deze projecten blijft innovatie uit. Er wordt geen werk met werk gemaakt en er worden enorme bedragen per woning (soms gelijk aan die van nieuwbouw) uitgegeven zonder zichtbaar effect; hooguit is slechts sprake van een ‘onzichtbare’ sprong in het energielabel. De impact van al deze investeringen op de bredere problematiek in de betreffende wijken is nihil. Recent heeft de minister van BZK bij de presentatie van de NOVI aangekondigd om 16 prioritaire wijken aan te wijzen, Stadsvernieuwing 3.0. De jury wil pleiten voor een ambitieuze, positieve en innovatiegerichte brede aanpak van de verbetering van het bestaande woningbezit. 

Er zijn interessante projecten ingediend waaruit blijkt dat de frames van kantoorgebouwen
telkens weer kunnen worden aangepast. Naast de vraag in hoeverre een frame kan worden uitgekleed om een nieuwe identiteit en architectonische kwaliteit te bereiken, gaat het ook om de vraag hoe een kantoor tot een fatsoenlijke woning kan worden getransformeerd en wat die transformatie in bredere zin teweegbrengt. Het feit alleen dat deze gebouwen een nieuwe jas gekregen hebben die er fantasievol uit ziet is niet voldoende om de jury te overtuigen.

De jury heeft goede voorbeelden gezien die bijdragen aan het vernieuwen van wonen in de stad, bijvoorbeeld doordat bewoners verleid zijn om door te schuiven vanuit hun huis, dat inmiddels te groot is geworden. Niet verhuizen is vaak de eerste keuze van deze senioren, en doorstroming van deze groep vanuit hun oude grote grondgebonden huis komt moeilijk op gang. Mensen willen vaak in de buurt blijven wonen, zien op tegen het gedoe rondom verhuizen, weten niet waar zij met hun vele spullen en grote meubels naar toe moeten, enzovoorts. Des te knapper dat het bij deze transformatieprojecten is gelukt om mensen toch te verleiden. 

De voorbeelden betreffen vooral het hogere marktsegment en voorzien in de behoefte van ouderen in hoogwaardige woningen. De jury vindt het de moeite waard om te bezien hoe de ervaringen uit de goede voorbeelden ook corporaties en beleggers kunnen bereiken. Daarnaast zijn er voorbeelden van projecten waarbij corporaties zich echt welwillend hebben getoond om de ruimte te geven. Dat eist veel van betrokkenen, die daar soms jaren aan werken. Voor hun niet aflatende inspanningen spreekt de jury alle waardering uit. Zij is zich ervan bewust dat het voor corporaties om jarenlange processen gaat in samenspraak met bewoners en, naast bouwkosten, ook om veel bijkomende kosten voor onder meer wisselwoningen en verhuiskosten. Maar als er gesloopt zou worden, zullen er duurdere projecten voor terugkomen. De jury noemt transformatieprocessen in woonwijken cruciaal om variatie te behouden en waarde toe te voegen in de woonwijken. 

GEBIEDSTRANSFORMATIE
In de categorie gebiedstransformatie zijn projecten ingediend die de jury had verwacht, maar zij mist er ook een aantal; er zijn immers veel interessante gebieds-transformaties in ontwikkeling. Een aantal daarvan loopt al jaren, het traject loopt ook nog jaren door en soms is er geen sprake van een aanwijsbaar moment van begin of einde. 

De invulling van het begrip gebiedstransformatie is altijd lastig. Dat geldt ook voor
de keuze van een moment om het project in te dienen. Soms wordt een gebieds-transformatie ingediend dat geen betrekking heeft op de gehele ontwikkeling, maar
op een onderscheiden deel daarvan. De jury zoekt echter naar integrale gebieds-transformaties waarbij initiatiefnemers, opdrachtgevers, ontwerpers en andere belang-hebbenden een consistente visie hebben, hecht en langdurig samenwerken, een strategie
tot uitvoering brengen en ook ruimte laten om veranderingen in de tijd op te vangen.

De jury raadt het NRP aan om de mogelijkheden na te gaan om dergelijke projecten ook buiten het netwerk te vinden, wellicht via tot nu toe ongebruikelijke partijen zoals niet-institutionele partijen of betrokkenen bij participatieprocessen.

Vorig jaar kon de jury geen sublieme kandidaat vinden waarbij alle ingrediënten tezamen tot de NRP Gulden Feniks prijs voor gebiedstransformatie leidde. Maar dit jaar is zij verheugd over een bijzonder project, dat de verwachtingen in alle opzichten overtreft. Deze transformatie gaat niet over flexibiliteit of ‘placemaking’, maar is gericht op flexibel gebruik van permanente gebouwen. Dan is er meer mogelijk met minder. Vanuit de ervaringen met dit project is de belangrijke boodschap van de jury aan gemeenten, dat zij het gebied moeten durven loslaten. 

OPDRACHTGEVERSCHAP
Ook dit jaar heeft de jury bevestigd gezien dat, bij welke vorm van opdrachtgeverschap dan ook, telkens cruciaal is dat het gezamenlijk en op één lijn optrekken een voorwaarde is voor een liefdevolle aanpak. Dat raakt aan de kern van NRP: iedereen moet verantwoordelijkheid nemen om tot vakmanschap te komen. Het komt ook telkens neer op persoonlijke inzet en kracht van betrokkenen bij het proces en de organisatie daarvan; dat moet teamwork zijn. Dat ziet de jury terug in de meest onderscheidende projecten waarbij ook lef is getoond. Bijvoorbeeld, door het aan te durven om relatief onervaren jonge architecten te betrekken bij een complexe opgave en hen te koppelen aan ervaren vakspecialisten om tot vernieuwing te komen en onderweg te willen blijven leren. 

Behalve motivatie en een open houding, is tijd een factor van belang. Waar bij nieuwbouwprojecten de doorlooptijd vooraf redelijk kan worden ingeschat, is dat bij transformatie veel minder het geval. Transformatie vraagt soms driemaal zoveel tijd. Die tijd is nodig om iets te begrijpen, te onderzoeken en andere oplossingen te vinden. Het is verheugend om te zien dat nieuwe opdrachtgevers het aspect tijd bewust en rolvast weten in te zetten om tot betere kwaliteit te komen. Dat is niet altijd gemakkelijk bij publiek opdrachtgeverschap, waar onder meer continuïteit van betrokkenen niet kan worden gegarandeerd.

Maar de rol van gemeenten blijft niet te onderschatten. Bij de meest interessante projecten is sprake geweest van goede samenwerking met de gemeenten.
Enkele projecten zijn te danken aan tijdig ingrijpen van de gemeente, ook hier vaak door persoonlijke betrokkenheid. Soms werd sloop hierdoor voorkomen.
Goed opdrachtgeverschap gaat ook over het zoeken naar het organiseren van kritische weerstand en een goede dialoog. Bij projecten waarbij sprake was van traditionele aanbestedingen was een heldere uitvraag steeds van groot belang, hoewel een dialoog ook tot onduidelijkheid kon leiden. Bij enkele projecten heeft de jury zich afgevraagd waarom het moeilijk is om gebruikers te betrekken. Uiteindelijk gaat het telkens om de kracht die mensen inbrengen.

Deel deze pagina:

New image New image New image New image
terug naar overzicht

NRP GULDEN FENIKS

terug naar overzicht (Copy)
LEES MEER OVER DE WINNENDE PROJECTEN:
Winnaar Renovatie:
Winnaar Transformatie:
Winnaar Gebiedstransformatie:

NRP 
GULDEN 
FENIKS 
2020

De NRP Gulden Feniks brengt de meest excellente voorbeelden van renovatie- en transformatie-projecten voor het voetlicht om succesfactoren en leerpunten van deze projecten over te dragen. De prijs heeft dan ook als motto ‘een prijs om van te leren’. Daarmee is NRP Gulden Feniks dé prijs ter bevordering van en inspiratie voor duurzaam gebruik van de bestaande omgeving.

JURYRAPPORT

‘Vlam in mij, laai weer op’ is de openingszin van het gedicht ‘Phoenix’ van dichter H. Marsman. Hij zinspeelt hier op het vermogen van de feniks om op wonderbaarlijke wijze uit de as van zijn eigen teloorgang te herrijzen. In zijn plaats verrijst een nieuwe jonge feniks, die daarbij hét symbool is van transformatie en vernieuwing van het oude. De NRP Gulden Feniks verwijst naar deze mythe en is daarmee dé prijs voor de meest excellente voorbeelden van renovatie- en transformatieprojecten. NRP Gulden Feniks brengt deze voorbeelden voor het voetlicht om interessante succesfactoren en leerpunten over te dragen. De prijs heeft dan ook als motto ‘een prijs om van te leren’.

BIJZONDERE EDITIE

De NRP Gulden Feniks 2020 was een bijzondere editie: de laatste voordat COVID-19 Nederland bereikte. De inzendingen waren voor de uitbraak van het virus ingezonden. Hierdoor moesten de voorselectie, de projectbezoeken en de eindbeoordeling van de inzendingen worden opgeschort tot het najaar. De jury, vanaf dit jaar versterkt met Dirk Baalman, is verheugd dat de NRP Gulden Feniks 2020 alsnog een volwaardige ronde van de prijs is geworden. Zij is de inzenders erkentelijk voor hun geduld en voor hun flexibele medewerking bij de projectbezoeken, die net voor de ‘tweede golf’ toch allemaal konden worden afgelegd zoals gebruikelijk. Wel heeft zij daarbij gebouwen bezocht waar nauwelijks mensen aanwezig waren. Dat heeft haar getroffen als bevreemdend; veel van de bezochte gebouwen en gebieden hebben immers de ambitie om juist meer en nieuwe mensen aan te trekken. De jury heeft zich in algemene zin afgevraagd of iedereen onwillekeurig anders naar de gebouwde omgeving kijkt dan voor de corona pandemie. 

De inzendingen zijn aan de hand van de categorieën renovatie, transformatie en gebiedstransformatie ingediend en beoordeeld. Deze categorieën waren in 2019 in de plaats gekomen van de oorspronkelijke indeling in de drie schaalniveaus small (gebouw), medium (complex van gebouwen) en large (gebiedstransformatie) omdat renovatie, restauratie en transformatie in de praktijk door elkaar lopen in de projecten. Zij vermoedde dat het inzenden op basis van schaalniveaus meer ruimte aan de inzenders zou bieden. Echter de nieuwe categorieën brachten niet in alle opzichten wat de jury ervan verwachtte. Zo ontstond onduidelijkheid bij de inzenders over het inzenden van bijvoorbeeld zeer grote gebouwen in de categorie small. 

Hoewel dit in 2019 in alle gevallen goed is opgelost, heeft de jury besloten om dit jaar terug te keren naar de ‘oude’ categorieën, waarvan de benamingen de inhoudelijke aspecten van de prijs benadrukken. Het reglement voorziet in de mogelijkheid voor inzenders om hun voorkeur aan te geven voor de categorie waarin zij de inzending beoordeeld willen zien; de jury kan daarvan afwijken. De indeling in categorieën blijft soms moeilijk voor alle betrokkenen en blijft ook de jury achtervolgen, maar maakt de discussie erg interessant.

Dat de NRP Gulden Feniks een integrale prijs is, komt tot uitdrukking in de criteria waarmee de ingezonden projecten worden beoordeeld. De jury heeft gezocht naar projecten die vele dimensies in zich verenigen. Die onderscheiden zich in zowel technische verduurzaming, intelligente omgang met monumenten, bestendig gebruik en slimme financiering, als in versterking van de leefbaarheid van een gebied. Daarbij is ook aandacht voor opdrachtgeverschap, organisatie, proces en communicatie. Het gaat bij deze prijs om innovatieve, vindingrijke oplossingen waaruit ‘sublimatie’ spreekt: versterking van - mogelijk verborgen - kwaliteiten van bestaande gebouwen en gebieden die een culturele, architectonische voorbeeldwaarde voor toekomstige opgaven kunnen hebben. 

Al met al kijkt de jury terug op een bijzondere editie van de NRP Gulden Feniks 2020, waarbij zij tot een weloverwogen keuze uit de ingediende projecten is gekomen.

DE OOGST
Voor de NRP Gulden Feniks 2020 werden 70 projecten ingediend en beoordeeld. Er werden 26 projecten ingediend in de categorie renovatie, 34 in de categorie transformatie en 10 in de categorie gebiedstransformatie.

27% van de projecten was oorspronkelijk een kantoor- of bestuursgebouw (in 2019: 25%). 23% had aanvankelijk een industriële of andere bedrijfsfunctie (17%), 9% betrof woongebouwen (36%), 7% was gebouwd voor onderwijs en onderzoek (16%). Het aandeel gebouwen met een oorspronkelijk religieuze functie (6%) was dit jaar gelijk aan vorig jaar. Er waren geen getransformeerde militaire gebouwen bij (in 2019 15%); wel vijf agrarische gebouwen (vorig jaar 0).

De helft (35) van de 70 ingediende projecten is te vinden op de waarderingskaarten beschermd stadsgezicht. Daarvan kregen er 34 een Orde 1 waardering: 17 Rijksmonumenten, 6 gedeeltelijke Rijksmonumenten, 7 gemeentelijke monumenten en 4 beschermd stadsgezicht. Eén project heeft een Orde 2 waardering (in de Amsterdamse waarderingssystematiek), en is daarmee waardevol voor het stadsgezicht. 

Het ‘open’ format voor het doen van een inzending is ook dit jaar goed bevallen en leverde meer specifieke informatie over de projecten op. Eerder was gebleken dat het voor de inzenders niet altijd mogelijk is om, al naar gelang het opdrachtgeverschap, helder inzicht te bieden in financiële gegevens. Daarom is de eis hiertoe in 2020 vervangen door het verzoek, inzicht te bieden in het bouwbudget. Wanneer deze informatie niet kon worden verschaft, heeft de jury een inschatting gemaakt of het project economisch verantwoord is.

Bij veel inzendingen intrigeerde soms vooral de tekst, soms juist het beeld; van een evenwichtige vertaling van tekst naar beeld en vice versa was niet in alle inzendingen sprake. De jury heeft ook nu weer ervaren dat het projectbezoek - vanaf dit jaar in een prettig geconcentreerd gesprek met alleen de belangrijkste betrokkenen - onontbeerlijk is om te ontdekken waar vernieuwing is gevonden in de specifieke context van de locatie. Vaak zijn projecten in het kader van de doelstellingen van de NRP Gulden Feniks op heel andere punten waardevol dan de accenten die de inzenders vanuit het eigen perspectief in hun inzending hebben gelegd.

In algemene zin vindt de jury dat het merendeel van de projecten ruim boven het
gemiddelde is. Zij constateert dat we in Nederland goed op weg zijn om opzorgvuldige
wijze restauratie en renovatie te organiseren. Het niveau is in de loop der jaren sterk verbeterd, waardoor het lastiger is geworden om boven het maaiveld uit te steken. 

Daar waar in de eerste jaren na de economische crisis veel sprake was van vernieuwing, lijkt nu minder te worden geïnvesteerd in experiment. De jury noemt veel projecten modieus, wat zij vooral wijt aan de economische context. Met name in de Randstad is de markt te goed en wordt steeds vaker gegaan voor maximering van de opbrengst. Daarbuiten is het veel lastiger om projecten gefinancierd te krijgen, maar als dat lukt is dat een grote prestatie.  Letterlijke innovatie in de zin van ‘iets nieuws’ wordt beperkt aangetroffen; veelal gaat het toch om vakmanschap. 

Dat projecten de shortlist niet hebben gehaald, wil zeker niet zeggen dat deze geen bijzondere aspecten bevatten. In meerdere gevallen heeft de jury grote waardering voor persoonlijke en soms jarenlange inzet van betrokkenen, zonder wie de projecten niet tot een goed einde konden worden gebracht.
Tenslotte spreekt de jury over de invloed van de tijd. Daarmee doelt zij niet zozeer op een veranderend perspectief in de context van COVID-19, maar op gebouwen uit een periode waarvoor de waardering in de loop der jaren is afgenomen. Soms zijn er gebouwen gesloopt die vanuit actuele visies op hergebruik nu juist interessant hadden kunnen zijn. Dat ontlokt aan een van de juryleden de vraag hoe lang de Feniks moet vliegen voordat hij valt en weer kan opstaan.

MAATSCHAPPELIJKE IMPACT
In de vorige editie van de NRP Gulden Feniks richtte de jury de aandacht onder meer op ‘placemaking’: nieuwe, eigentijdse programma’s voor gemengde functies in de context van nieuwe visies op verstedelijking en veranderende opvattingen over publieke ruimte. Bij deze editie heeft de jury de discussie verdiept naar het bredere maatschappelijke belang van de projecten. Zij spreekt daarbij over een maatschappelijke kentering. Enkele jaren geleden ontstond aandacht voor en bewustzijn van het belang van duurzaamheid. Dit werd bij bouwprojecten gaandeweg vertaald in zogenoemde ‘streepjeslijsten’: scores waarmee de mate van duurzaamheid op een bijna juridische manier wordt aangetoond. Het behalen van de hoogst mogelijke scores garandeert echter niet dat er ook sprake is van een fijn gebouw. Zo roept het resultaat van een op zichzelf goede renovatie, waarbij alles klopt, niet vanzelfsprekend een bijzonder gevoel op.

Ontwerpers en vooruitstrevende beleggers - en onder druk van hen, ook projectontwikkelaars - namen het voortouw voor een nieuwe aanpak, waarbij de ‘lifecyle’ van een project belangrijker wordt dan financiële investeringen. Het gaat daarbij niet meer in de eerste plaats om de economische waarde, maar om de langjarige maatschappelijke impact van de ontwikkeling. De belangstelling voor ‘value by design’, waarbij ontwerp een middel is om te komen tot waardevolle resultaten voor alle betrokkenen en sociale verbondenheid, neemt sindsdien alleen maar toe. In deze context spreekt de jury over het belang van ‘sense of belonging’: het genereren van het gevoel voor mensen dat zij erbij horen. Dan gaat het om een nieuwe interpretatie van duurzaamheid: het bieden van een prettige en duurzame relatie van bewoners en gebruikers als kostbaar kapitaal van elke buurt. Hoewel ook in de wetenschap nog weinig bekend is over ‘urban engineering’, ziet de jury een belangrijke nieuwe invalshoek voor de NRP Gulden Feniks in maatschappelijke impact, in hetgeen transformatie teweegbrengt voor mensen in de omgeving.

In enkele inzendingen is vermeld dat het project heeft geresulteerd in een levendige omgeving. Echter een omschrijving van waaruit dit blijkt, blijft meestal achter; aandacht voor de vraag voor wie wordt gebouwd en of mensen tevreden zijn is beperkt. Daar tegenover staan inzendingen die zich onderscheiden door bewustzijn van het gevolg van hun ingrepen. Naar deze projecten gaat bijzondere belangstelling van de jury uit bij haar interpretatie van het criterium ‘sublimatie’.

RENOVATIE EN RESTAURATIE
De helft van de inzendingen betrof projecten met een beschermde status. Daarbij, zo constateert de jury, beoordeelt iedereen of de monumentale waarde behouden is gebleven: is het oude nog herkenbaar na vernieuwing? Dit uitgangspunt is in principe niet anders dan bij het restaureren van monumenten. In enkele projecten is de geschiedenis daarvan echter nauwelijks meer herkenbaar en is er geen sprake van een geslaagde renovatie, noch van een geslaagde restauratie. Als de toekomst van monumentale gebouwen ligt in slechts het hergebruiken van het casco - al dan niet met een uitbreiding en hoe vernuftig dan ook - op een manier waardoor de collectieve culturele herinnering niet meer beleefbaar is, is het verschil met nieuwbouw nihil.

De jury heeft prachtige voorbeelden gezien van restauratie en transformatie van monumenten en van de invloed die monumentenzorgers daarop hebben gehad.
Soms echter is er sprake van partijen die de monumentenwet als machtsmiddel gebruiken, vooral als opdrachtgever en/of ontwerper onvoldoende beslagen ten ijs komen. Waardestellingen of formele adviezen worden dan als voldongen feiten in het proces ingebracht. Heel anders zijn de verhoudingen bij partijen die een monument preciezer hebben gewaardeerd en een visie hebben ontwikkeld op wat ze ermee willen. De jury meent die verschillen duidelijk waar te nemen. Bij de een worden dan met visie en kennis de formele adviseurs in een bijrol gezet, bij de ander worden onder de noemer ‘restauratie’ veranderingen afgedwongen die niet alleen frustrerend zijn voor gebruikers, maar ook belemmerend voor innovatie.

TRANSFORMATIE
De jury ziet het onder meer als haar taak om met de NRP Gulden Feniks bij te dragen aan het genereren van beweging in relevante opgaven. De discussie over transformatie richt zich dit jaar vooral op de woningbouwopgave. Hoewel de transformatiehistorie vruchten afwerpt, zijn er helaas weinig inzendingen  ingediend die betrekking hebben op verbetering, verduurzaming en het eigentijds maken van duizenden (leegstaande) gebouwen, waaronder volkshuisvestingscomplexen. Bij de projecten die hierop wel betrekking hebben overweegt meestal een zakelijke en sobere aanpak. Daarbij ontstaat de indruk bij de jury dat deze precies binnen de financiële kaders van de corporaties en de woningwet passen. Bij deze projecten blijft innovatie uit. Er wordt geen werk met werk gemaakt en er worden enorme bedragen per woning (soms gelijk aan die van nieuwbouw) uitgegeven zonder zichtbaar effect; hooguit is slechts sprake van een ‘onzichtbare’ sprong in het energielabel. De impact van al deze investeringen op de bredere problematiek in de betreffende wijken is nihil. Recent heeft de minister van BZK bij de presentatie van de NOVI aangekondigd om 16 prioritaire wijken aan te wijzen, Stadsvernieuwing 3.0. De jury wil pleiten voor een ambitieuze, positieve en innovatiegerichte brede aanpak van de verbetering van het bestaande woningbezit. 

Er zijn interessante projecten ingediend waaruit blijkt dat de frames van kantoorgebouwen
telkens weer kunnen worden aangepast. Naast de vraag in hoeverre een frame kan worden uitgekleed om een nieuwe identiteit en architectonische kwaliteit te bereiken, gaat het ook om de vraag hoe een kantoor tot een fatsoenlijke woning kan worden getransformeerd en wat die transformatie in bredere zin teweegbrengt. Het feit alleen dat deze gebouwen een nieuwe jas gekregen hebben die er fantasievol uit ziet is niet voldoende om de jury te overtuigen.

De jury heeft goede voorbeelden gezien die bijdragen aan het vernieuwen van wonen in de stad, bijvoorbeeld doordat bewoners verleid zijn om door te schuiven vanuit hun huis, dat inmiddels te groot is geworden. Niet verhuizen is vaak de eerste keuze van deze senioren, en doorstroming van deze groep vanuit hun oude grote grondgebonden huis komt moeilijk op gang. Mensen willen vaak in de buurt blijven wonen, zien op tegen het gedoe rondom verhuizen, weten niet waar zij met hun vele spullen en grote meubels naar toe moeten, enzovoorts. Des te knapper dat het bij deze transformatieprojecten is gelukt om mensen toch te verleiden. 

De voorbeelden betreffen vooral het hogere marktsegment en voorzien in de behoefte van ouderen in hoogwaardige woningen. De jury vindt het de moeite waard om te bezien hoe de ervaringen uit de goede voorbeelden ook corporaties en beleggers kunnen bereiken. Daarnaast zijn er voorbeelden van projecten waarbij corporaties zich echt welwillend hebben getoond om de ruimte te geven. Dat eist veel van betrokkenen, die daar soms jaren aan werken. Voor hun niet aflatende inspanningen spreekt de jury alle waardering uit. Zij is zich ervan bewust dat het voor corporaties om jarenlange processen gaat in samenspraak met bewoners en, naast bouwkosten, ook om veel bijkomende kosten voor onder meer wisselwoningen en verhuiskosten. Maar als er gesloopt zou worden, zullen er duurdere projecten voor terugkomen. De jury noemt transformatieprocessen in woonwijken cruciaal om variatie te behouden en waarde toe te voegen in de woonwijken. 

GEBIEDSTRANSFORMATIE
In de categorie gebiedstransformatie zijn projecten ingediend die de jury had verwacht, maar zij mist er ook een aantal; er zijn immers veel interessante gebieds-transformaties in ontwikkeling. Een aantal daarvan loopt al jaren, het traject loopt ook nog jaren door en soms is er geen sprake van een aanwijsbaar moment van begin of einde. 

De invulling van het begrip gebiedstransformatie is altijd lastig. Dat geldt ook voor
de keuze van een moment om het project in te dienen. Soms wordt een gebieds-transformatie ingediend dat geen betrekking heeft op de gehele ontwikkeling, maar
op een onderscheiden deel daarvan. De jury zoekt echter naar integrale gebieds-transformaties waarbij initiatiefnemers, opdrachtgevers, ontwerpers en andere belang-hebbenden een consistente visie hebben, hecht en langdurig samenwerken, een strategie
tot uitvoering brengen en ook ruimte laten om veranderingen in de tijd op te vangen.

De jury raadt het NRP aan om de mogelijkheden na te gaan om dergelijke projecten ook buiten het netwerk te vinden, wellicht via tot nu toe ongebruikelijke partijen zoals niet-institutionele partijen of betrokkenen bij participatieprocessen.

Vorig jaar kon de jury geen sublieme kandidaat vinden waarbij alle ingrediënten tezamen tot de NRP Gulden Feniks prijs voor gebiedstransformatie leidde. Maar dit jaar is zij verheugd over een bijzonder project, dat de verwachtingen in alle opzichten overtreft. Deze transformatie gaat niet over flexibiliteit of ‘placemaking’, maar is gericht op flexibel gebruik van permanente gebouwen. Dan is er meer mogelijk met minder. Vanuit de ervaringen met dit project is de belangrijke boodschap van de jury aan gemeenten, dat zij het gebied moeten durven loslaten. 

OPDRACHTGEVERSCHAP
Ook dit jaar heeft de jury bevestigd gezien dat, bij welke vorm van opdrachtgeverschap dan ook, telkens cruciaal is dat het gezamenlijk en op één lijn optrekken een voorwaarde is voor een liefdevolle aanpak. Dat raakt aan de kern van NRP: iedereen moet verantwoordelijkheid nemen om tot vakmanschap te komen. Het komt ook telkens neer op persoonlijke inzet en kracht van betrokkenen bij het proces en de organisatie daarvan; dat moet teamwork zijn. Dat ziet de jury terug in de meest onderscheidende projecten waarbij ook lef is getoond. Bijvoorbeeld, door het aan te durven om relatief onervaren jonge architecten te betrekken bij een complexe opgave en hen te koppelen aan ervaren vakspecialisten om tot vernieuwing te komen en onderweg te willen blijven leren. 

Behalve motivatie en een open houding, is tijd een factor van belang. Waar bij nieuwbouwprojecten de doorlooptijd vooraf redelijk kan worden ingeschat, is dat bij transformatie veel minder het geval. Transformatie vraagt soms driemaal zoveel tijd. Die tijd is nodig om iets te begrijpen, te onderzoeken en andere oplossingen te vinden. Het is verheugend om te zien dat nieuwe opdrachtgevers het aspect tijd bewust en rolvast weten in te zetten om tot betere kwaliteit te komen. Dat is niet altijd gemakkelijk bij publiek opdrachtgeverschap, waar onder meer continuïteit van betrokkenen niet kan worden gegarandeerd.

Maar de rol van gemeenten blijft niet te onderschatten. Bij de meest interessante projecten is sprake geweest van goede samenwerking met de gemeenten.
Enkele projecten zijn te danken aan tijdig ingrijpen van de gemeente, ook hier vaak door persoonlijke betrokkenheid. Soms werd sloop hierdoor voorkomen.
Goed opdrachtgeverschap gaat ook over het zoeken naar het organiseren van kritische weerstand en een goede dialoog. Bij projecten waarbij sprake was van traditionele aanbestedingen was een heldere uitvraag steeds van groot belang, hoewel een dialoog ook tot onduidelijkheid kon leiden. Bij enkele projecten heeft de jury zich afgevraagd waarom het moeilijk is om gebruikers te betrekken. Uiteindelijk gaat het telkens om de kracht die mensen inbrengen.

Deel deze pagina:

f t l m
terug naar overzicht

Titel overview

Indien de overview is geactiveerd (boekenplank) komt deze tekst als omschrijving in beeld.
Volledig scherm